De kunst van de produktie


De produktie van de Champagne begint in de wijngaard.  Ons bekwame team wijnboeren stelt, het ganse jaar door, alles in het werk om de hoogste kwaliteit van de druif te bekomen.

Deze druiven worden met de hand geplukt gedurende de druivenoogst, ogenblik van werkelijke verstandhouding tussen het werk in de wijngaard en de wijn.
Vervolgens worden deze kwetsbare druiven naar de persruimte geleid. Wij bekomen een druivensap, welke na de eerste “alcoholische” gisting in onze tonnen een “stille” wijn geeft.

 

 

 

De natuurlijke zure smaak van de druivensappen moet gecontroleerd worden om de verouderingsbekwaamheid te bevorderen en om de frisheid van de wijn te bewaren.
De verbetering van de natuurlijke zure smaak wordt verwezenlijkt door een natuurlijke wijnkundige werkwijze de gisting “malolactique”. Deze werking is minder zichtbaar maar duurt langer dan een alcoholische gisting t.t.z. vier tot acht weken. Wij bekomen aldus een toekomstige stevige en verzachte wijn.

Wij passen de methode du bâtonnage toe.  Deze bestaat uit het roeren van de bezinksels, welke zich neerzetten op de bodem van de wijnvaten en ze zwevend in de wijn te brengen. Deze behandeling wordt traditioneel uitgevoerd met een stok, vandaar zijn benaming. De weldaden van deze oude werkwijze worden vastgesteld om de wijn te beschermen tegen de oxidatie van de bestanddelen en de vermindering; de cuvées ontwikkelen samengestelde aroma’s, welke de zuiverheid van de vrucht bewaard.  Dit bevordert een smeuïg gevoel in de mond.

 

De essentiële fase van de wijnbereiding van de champagne is gebaseerd op de assemblage. Het mengen van « stille » wijnen (niet bruisend), afkomstig uit verschillende oogsten, met het doel een onveranderlijke smaak te bekomen voor de verbruiker, welke hij waardeert. Deze fijne kunst is het echte kenmerk van elke champagne-cuvée.  Alleen de millésimés worden geproduceerd met onze beste cuvées van één enkel jaar.

Wanneer de assemblages klaar zijn, gaan wij over tot de tirage (ongeveer 8 maand na de druivenpluk) gedurende dewelke de wijn gebotteld wordt met toevoeging van de likeur de tirage.  Op dit moment wordt de fles afgesloten met een metalen kurk “bidule” genoemd, teneinde de wijn te laten rusten in uitstekende voorwaarden.  Het schuim vormt zich, de wijn wordt bruisend en de fijne belletjes verschijnen.

 

 

 

Wanneer het vormen van het schuim beëindigd is, ontstaat een bezinksel, hetwelk bijdraagt tot de evolutie van de aroma’s en hetwelk de smaakkwaliteiten van de champagne verbetert.
Dit moet verwijderd worden want de champagne is troebel.  Wij gaan over tot de remuage.

Wij plaatsen de flessen op een houten pupitre en deze behandeling gebeurt manueel door het draaien van de flessen met tact en het bezinksel komt geleidelijk in de hals van de fles terecht. De ontkeling (le dégorgement) laat ons toe dit bezinksel te verwijderen en de fles klaar te maken voor de verkoop.

 

Wij benutten een traag rijpen in de kelders om kwaliteitsredenen en dit gedurende lange periodes.De duur van het rijpen verschilt naargelang het type van assemblage en het gewenste resultaat : tussen 3 en 4 jaar voor onze champagne brut zonder jaar. Voor de millesimé-champagnes kan dit tot 10 jaar oplopen om buitengewone aroma’s en toch een ongelooflijke frisheid te bekomen.

 

 

Al deze fases zijn essentieel en verplicht tot het tot stand komen van een kwaliteits-champagne.

Een voorvaderlijke vakkennis en een enorme nauwkeurigheid komen tot uiting in de Champagnestreek.

Bovendien geven wij ons elk jaar de moeite om ons te verbeteren en stellen wij oplossingen voor om de kwaliteit te verhogen zoals bijvoorbeeld een kurk met hoge prestaties om aromatische afwijkingen te vermijden of door een doordachte methode van de wijnbouw toe te passen.